IK WAS ERBIJ: OCCUPY AMSTERDAM
Het verbaasde mij even, de uitnodiging op Facebook om ‘erbij’ te zijn. Waarbij? Bij Occupy Amsterdam; overal op de wereld zouden steden bezet worden, dus ook Amsterdam. Heel Amsterdam? Nee, alleen een klein pleintje ingeklemd tussen de Beurs van Berlage en de Bijenkorf. De actie had dan ook beter ‘Bezet Beursplein’ kunnen heten, naar het Amerikaanse voorbeeld Occupy Wall Street.
Lijdend onder de gevolgen van financiële crises en door de gebeurtenissen in de diverse Arabische landen, wordt nu ook in de rest van de wereld het volk wakker. Zonder hier een discussie te willen starten over de verdeling van het geld en de buitensporige verhoudingen tussen arm en rijk, zie ik in Occupy Whatever-acties de eerste stap die door de bevolking zelf wordt gezet, om de kloof tussen burger en politiek te dichten. Wanneer je immers vecht om het sociale welzijn beter te verdelen, is het belangrijkste wapen dat je in handen kunt krijgen ‘De Politiek’. Door te protesteren, door je stem te laten horen bedrijf je immers al politiek.
Van Amerika, via Azië en Europa, het protest tegen de banken klinkt over de hele wereld, hoewel het doel van deze protesten, van land tot land verschillend kan zijn. In Madrid werd in juli geprotesteerd tegen de jeugdwerkloosheid, in Iraël vervolgens tegen de huisuitzettingen vanwege te dure huizen. Deze protestacties waren voor Amerikaanse liberals (voor Amerikanen zijn liberalen nog net geen communisten) de aanleiding voor Occupy Wallstreet. Hiermee werd een kiem gelegd voor andere acties die uiteindelijk hebben geleid tot deze wereldwijde protestdag.
In Amsterdam werd tegen alles geprotesteerd en lag de schuld bij iedereen. De banken (“ nationaliseer de Nederlandse Bank, geef ons onze bank terug!”), de industrie (“geen winsten, maar werk!”)
en de politiek (“de paraplu van de macht”). Maar waarop ik hoopte, gebeurde niet. Het was niet een brede doorsnede van de Nederlandse bevolking die op het Beursplein stond. Om de organisatoren heen, die door de microfoons de schuld gaven aan o.a. de politiek, droegen actievoerders socialistische spreuken en zwaaide men met rode vlaggen en een vlag met Che Guevara, alsof socialisme geen politiek is. Dit in tegenstelling tot Duitsland waar de actievoerders steun ondervonden uit de zowel de linkse hoek als uit de gelederen van de CDU, een soort Duits CDA.
Toch ben ik blij erbij geweest te zijn, net zoals meer dan een miljoen andere mensen, die ergens in de wereld iets bezet hielden omdat het anders moet. Blij omdat ik toch de hoop gekregen heb, dat er volgende keer geen duizend, maar tweeduizend mensen staan. Omdat ik hoop, dat volgende keer borden die een bepaalde politieke kleur propageren, vervangen zullen zijn door leuzen als: “geen dogma’s maar doelen” of “wie schreeuwen wil moet stemmen”.
Ik ben blij dat ik eventjes Amsterdam heb bezet. Heel Amsterdam? Nee, alleen een klein pleintje dat ingesloten ligt tussen de Beurs van Berlage en de Bijenkorf; tussen Euronext en een tramlijn. En even hoopte ik dat we één van de aanwezige zangers zouden vastbinden aan een lichtmast, om daarna gezellig, met z’n allen, everzwijn te eten, midden op het plein.
